Een promotiefilmpje tijdens een (rampzalige) zeilreis: is de schipper aansprakelijk?
In de hier te bespreken uitspraak speelde het volgende. Mevrouw P, een goede bekende van S, deed in 2015 mee aan een zeilreis in de Caribische zee rond Sint Maarten. S was daarbij de schipper. De gedachte was dat mevrouw P, die graag een keer meewilde op een dergelijke zeilreis, van deze reis een promotiefilmpje zou maken, waarmee S dan weer re-clame voor toekomstige zeiltrips met zijn schip zou kunnen maken. Helaas verliep de trip slecht voor mevrouw P. Wat heet: zij kwam tijdens de tocht op het schip ten val en liep een dwarslaesie op, waardoor zij vanaf haar middel verlamd raakt.
De verzekeraar van mevrouw P vergoedde haar medische kosten en probeerde die vervolgens te verhalen bij schipper S, inclusief een claim voor immateriële schade. Er ontstond een juridisch debat over de vraag welke rechtsverhouding er nu bestond tussen mevrouw P en schipper S in het kader van de zeilreis. Dat bleek van groot belang te zijn voor het toepasselijke aansprakelijkheidscriterium. Zou schipper S moeten worden gezien als een “iemand die gebruik maakt van andermans arbeid” dan zou al spoedig aansprakelijkheid wor-den aangenomen, omdat de schipper dan had moeten zorgdragen voor een veilige werk-omgeving (zie art. 7:658 BW). Zou het gaan om een overeenkomst van goederenvervoer over zee, dan zou de schipper alleen aansprakelijk zijn bij schuld of nalatigheid (art. 8:504 lid 5 BW). Aan dit laatste criterium zal in een geval als dit niet snel zijn voldaan.
Het Hof te Amsterdam kwam in deze zaak in 2024 tot de conclusie dat hier sprake was van een overeenkomst van goederenvervoer over zee en dat de schipper niet aansprakelijk was. Het Hof baseerde dit oordeel vooral op de vaststelling dat de afspraak tussen mevrouw P en schipper S inhield dat mevrouw P zou deelnemen aan de zeilreis en als wederdienst een promotiefilmpje zou maken. De verzekeraar stapte vervolgens naar de Hoge Raad. Die vond het oordeel van het Hof niet-onbegrijpelijk en liet het oordeel in stand. Deze uitspraak, voorafgegaan door een uitgebreide conclusie van de Advocaat-Generaal Snijders, laat zien hoe belangrijk in (trieste) gevallen als deze het vaststellen van de juiste rechtsverhouding tussen samenwerkende partijen is, zeker als die – zoals hier – niet schriftelijk is vastgelegd.