Tijdens de proeftijd mag de duur van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd worden verkort

Het Gerechtshof te Arnhem heeft in haar arrest in kort geding van 26 juli 2011 [1] bepaald dat de duur van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tijdens de proeftijd mag worden verkort.

Feiten
Partijen hebben een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met de duur van één jaar gesloten met als ingangsdatum 4 januari 2010 en een proeftijd van één maand. Kort voor het aflopen van de proeftijd, op 2 februari 2010, hebben partijen met elkaar gesproken, waarbij de werkgever de werknemer heeft medegedeeld dat zij haar twijfels had over het functioneren van de werknemer. De werkgever overwoog om die reden een beroep te doen op het proeftijdbeding, tenzij de werknemer zou instemmen met een nieuw te sluiten arbeidsovereenkomst met gelijke ingangsdatum welke zou aflopen op 30 juni 2010. De werknemer is hiermee akkoord gegaan.

Op 12 mei 2010 heeft de werkgever de werknemer te kennen gegeven de arbeidsovereenkomst na 30 juni 2010 niet te willen verlengen. De werknemer was het hier niet mee eens en stelde zich op het standpunt dat de nieuwe arbeidsovereenkomst de kennelijke strekking had zijn proeftijd te verlengen en om die reden nietig was. In kort geding eiste hij toelating tot de werkplek en doorbetaling van het loon tot 4 januari 2011 vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente.

Kantonrechter
De kantonrechter te Wageningen [2] volgde de werknemer. Haar voorlopig oordeel luidde dat de arbeidsovereenkomst nietig was en dat de werkgever het loon van de werknemer diende door te betalen. Wel matigde de kantonrechter de wettelijke verhoging tot 15%.

De werkgever is tegen de uitspraak in beroep gekomen. De werknemer heeft incidenteel beroep ingesteld tegen de matiging van de wettelijke verhoging.

Hof
Naar het voorlopig oordeel van het hof “mogen partijen bij een arbeidsovereenkomst nadere afspraken maken en wijzigingen in de bepalingen van die overeenkomst aanbrengen. Dat geldt ook voor een wijziging in de termijn waarvoor deze is aangegaan. Het hof overweegt dat in deze zaak geen sprake is van een omzetting van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Dat de werkgever hierbij heeft aangegeven de looptijd te willen verkorten omdat hij de capaciteiten van de werknemer aan het eind van de overeengekomen proeftijd (nog) niet voldoende heeft kunnen beoordelen, doet hieraan niet af. Anders dan [geïntimeerde] meent, wordt de proeftijd op de wijze niet verlengd, nu de werkgever gedurende de resterende looptijd van de arbeidsovereenkomst niet gerechtigd is om deze met onmiddellijke ingang op te zeggen.

Met betrekking tot de stelling van [geïntimeerde] dat Kernhem bij het aangaan van de nieuwe overeenkomst misbruik heeft gemaakt van de omstandigheden overweegt het hof als volgt. Kernhem heeft op 2 februari 2010 aangegeven dat zij, omdat [geïntimeerde] op dat moment nog geen verkoopresultaten had geboekt, overwoog om een beroep te doen op het proeftijdbeding en de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Omdat zij meende dat [geïntimeerde] nog een kans verdiende, heeft zij hem voorgesteld om de arbeidsovereenkomst te wijzigen en de looptijd te verkorten van een jaar tot (bijna) zes maanden. Indien [geïntimeerde]  hiermee niet akkoord zou gaan, dan zou Kernhem de arbeidsovereenkomst (voor of op 4 februari 2010) beëindigen. [geïntimeerde] heeft met het voorstel ingestemd. De enkele omstandigheid dat hij dit heeft gedaan om te voorkomen dat Kernhem de arbeidsovereenkomst zou beëindigen, betekent niet dat hij daarbij op ontoelaatbare wijze onder druk is gezet.”

Naar het voorlopig oordeel van het hof is de arbeidsovereenkomst op de in de (gewijzigde) arbeidsovereenkomst genoemde datum van 30 juni 2010 geëindigd. Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van de werknemer af.

Lees het arrest van het Gerechtshof Arnhem van 26 juli 2011 hier.

[1] Gerechtshof Arnhem, 26 juli 2011 (kort geding), LJN: BR6498

[2] Voorzieningenrechter Kantonrechter Wageningen, 1 november 2010, JAR 2011/6

Specialisme